PvdA moet Almeerders weer het gevoel geven dat ze erbij horen

 

Karel zwaait naar een voorbijganger. Maakt een praatje met een andere koffieklant in café Roest en met het personeel. Ze kennen elkaar, daar aan de Markt in Haven. Maandagochtend aan de koffie. “Nee, de fractie zegt me alleen met pijn en moeite nog gedag. Ach, misschien kennen ze me niet. Een raadslid dat altijd groet, is van de ChristenUnie.”

Karel Moritz (73) zat jarenlang trouw aan de vergadertafel bij de PvdA-fracties die passeerden. Maakte aantekeningen. Zijn naam staat op de lijst van de eerste samenzweerders die veertig jaar geleden de Almeerse PvdA vestigden. Hij hoort er sindsdien bij.

“Niemand kende elkaar in die beginjaren nog. Het was aftasten. Ik was nog niet lid toen ik naar Almere verhuisde. Wel had ik altijd PvdA gestemd. Dat blijft ook zo. Ik hoor bij de oprichters, samen met mevrouw Mug, Ineke van Aalderen, Mia Huntelaar, André Tierie, Peter de Jonge, Guus Roowaan, Rob de Boer niet te vergeten. Almere begon bij ons op de Schoolwerf en de PvdA ook. Door mijn buurvrouw werd ik lid en raakte ik erbij betrokken. Nee, er was niemand die mij vroeg lid te worden. We gingen gewoon naar de oprichtingsvergadering – omdat je erbij hoorde. Mijn ouders waren al PvdA’ers. Omdat je aandacht hebt voor je medemensen. Ja, dat mis ik wel in deze tijd; iedereen is zo naar binnen gericht. Onze afdeling ook.”

‘In de modder

heb ik vijf paar

laarzen versleten’

“Mensen die nu in de stad komen, vinden alles wat er is vanzelfsprekend. In die beginjaren heb ik vijf paar rubberen laarzen versleten in de modder. Dan ging ik met mijn buurvrouw van 82 jaar kijken naar het slaan van de eerste paal voor Stad. 12 Juli. We liepen vanaf de Schoolwerf en hadden geen idee hoe ver dat lopen was. We waren volledig verdwaald toen we na een paar uur een vlag zagen. Dáár moeten we zijn. Ik dacht dat het premier Van Agt was, die toen met de bouw van de eerste woningen begon. Gelukkig konden we met een ambulance mee terugrijden.”

“Oh ja, vergaderingen in De Bijenkorf. Joop Kuys had het hoogste woord. Maar altijd positief. Het was duidelijk een club van gelijkgestemden, al was het niet altijd pais en vree. Er leefden veel verschillen van mening. Net zo veel verschillen als er karakters waren.”

19 Maart 1979. Het verslag van de vergadering heeft Karel meegenomen. Het begon om negen uur. Rob Schaeffer was er, Don van der Woude en Henk de Clerk. Er was een hoop gedoe omdat er niemand van onze partij bij een vergadering van het 4/5 Mei-comité was geweest. Leden waren er boos over dat ze het in de krant moesten lezen.”

Het clubgevoel van destijds mist Karel erg. “We kennen elkaar niet goed meer. Laatst was ik bij een vergadering en het grootste deel van de aanwezigen was mij onbekend. Wie zijn al die mensen? Als je nieuw binnenstapt bij de PvdA in Almere, voel je je niet snel thuis. Er is veel afstand. Iedereen zit gebogen over een toetsenbord of een telefoon. Ze geven weinig om elkaar.”

Dat was precies wél waardoor Karel zich bij de jonge afdeling thuis voelde. “Ik mis die warmte. Maar dat merk ik in de hele maatschappij. Vroeger had je meer contact. Mensen zeiden elkaar in de bus gedag. Het zijn maar twee woorden…”

‘Als kind zag ik

armoede van

mijn grootmoeder’

Betrokkenheid bij anderen is voor hem altijd reden geweest zich met de PvdA verwant te voelen. “Dat je voor je medemens opkomt. Die opvatting heb ik van huis uit meegekregen. En natuurlijk de zorg voor mensen die het minder hebben. Als kind maakte ik mee dat mijn grootmoeder in armoede moest leven.”

Zijn Amsterdamse jaren liggen ver achter hem. Hij voelt zich uitgesproken Almeerder. Maar het zit hem dwars dat de PvdA zo weinig praat over lokale kwesties. “Over wat er in het stadhuis op de agenda staat, wordt in de afdeling nooit meer gediscussieerd. Het gaat niet over de armoede en over de problemen van de mensen in Almere. Geen discussie over het verdwijnen van ons zwembad in Haven.”

“Veel mensen herkennen zich slecht in onze partij. Dat snap ik. De PvdA moet echt de wijken in om mensen het gevoel te geven dat zij erbij horen. Nu hoor ik de klacht dat we alleen komen als er verkiezingen zijn.”

Ja, een kritische houding kun je stille Karel niet ontkennen. Toch: “Nooit heb ik ook maar overwogen mijn lidmaatschap op te zeggen. Ook niet tijdens de conflicten op 8 december 1993 in Atlantis. Het is me bijgebleven. Ik kwam terug van de verjaardag van mijn vader en wist niet wat ik meemaakte. Je realiseert je dat ook de PvdA niet volmaakt is. Overal gebeurt wel eens iets.”

“Als ik naar voetballen ga kijken, zeggen mensen langs de lijn dat ze PVV stemmen. Er wordt niet naar de bevolking geluisterd, vinden ze. Je kunt het niet iedereen naar de zin maken, maar dat verwijt geldt ook mijn PvdA.”


Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPrint this page