‘Van het wethouderschap heb ik het meest genoten’

 

Lang niet iedere tegenwoordige partijgenoot weet dat Johanna Haanstra al rond 1983 actief was bij de Almeerse PvdA. Sommigen zullen bij het raadplegen van de archieven (waar op deze site ruimschoots in kan worden gegrasduind) opmerken: ik zie wel een Johanna in die periode, maar die heet De Lau. Welnu, dat is dezelfde Johanna. Haar wederhelft van destijds is alleen buiten beeld geraakt. Ik kan me nog herinneren dat Johanna zei: ‘Het is nu weer Haanstra.’ Dat was in 1996.

Johanna Haanstra

Maar goed, Johanna kan dus over heel wat van die veertig afdelingsjaren vertellen. Ze had maar liefst vijf verschillende functies namens de PvdA: raadslid, provinciale Statenlid, fractievoorzitter (gemeenteraad), wethouder (in Almere en in Oegstgeest) en tussendoor was ze ook nog twee jaar lid van het landelijk partijbestuur. Alleen afdelingsvoorzitter was ze nog nooit, maar wat niet is kan natuurlijk nog komen. Dat wordt dan alleen Lelystad vermoedelijk, want Johanna woont tegenwoordig in Lelystad.

‘Veel meer

bestuurder

dan politicus’

Johanna: ‘Van het wethouderschap heb ik het meest genoten. Daar kun je jezelf helemaal in storten want het is fulltime natuurlijk. Ik ben iemand die vooral voor de inhoud gaat, voor het beleid dat moet worden gevoerd. Dat kun je als wethouder volop. En wat ook zo geweldig is, al die mensen die je daarbij ondersteunen en met je meewerken. Ik heb duidelijk gemerkt dat ik veel meer een bestuurder ben dan een politicus. Nee, het wethouderschap gaf heel duidelijk de meeste voldoening.’

Gold dat ook voor Oegstgeest? Want toen daar het college viel over de financiën werd Johanna ingevlogen om orde op zaken te stellen. Dat was in 2013. Zij was in Almere immers ook wethouder financiën.
‘Ja. Daar ging het ook heel duidelijk om de inhoud. Ik vond het jammer dat het na zestien maanden al stopte, omdat de partij namens welke ik wethouder was, Progressief Oegstgeest, na de verkiezingen van 2014 uit het college viel.’
Progressief Oegstgeest was een samenwerkingsverband van GroenLinks, PvdA en D66. Die samenwerking stopte in 2014, althans sindsdien treedt D66 weer zelfstandig op en heeft nu vier zetels, Progressief Oegstgeest (zonder D66) kreeg er drie. Kijk maar naar de tabel hieronder. Is hier een dubbele kans gemist om én het record van zeven zetels van Leefbaar Oegstgeest te evenaren én Johanna als wethouder te behouden? Rare jongens (m/v), daar in Oegstgeest.

Gemeenteraadszetels
Partij 1994 1998 2002 2006 2010 2014
Leefbaar Oegstgeest 7 6 6 5 6 3
Progressief Oegstgeest 3 4 5 6 6 3
VVD 3 5 4 5 5 4
CDA 2 3 4 3 2 3
D66 2 1 4
Lokaal Oegstgeest 2
Totaal 17 19 19 19 19 19

Johanna denkt zelf dat haar politieke carrière er wel zo’n beetje op zit. De tip voor opvolgers is: doe het met plezier of doe het niet. Als je niet uitstraalt dat je er lol in hebt, dan kom je nooit goed over.
De tip die ze zelf het meest ter harte nam, heeft te maken met authenticiteit. ‘Ik weet niet of het een rechtstreekse tip was. Je krijgt adviezen en verwerft inzichten, maar op zeker moment was in elk geval voor mij duidelijk: je doet dit werk met jezelf, je kunt het alleen op jouw manier. Wanneer je een rol speelt, ziet iedereen dat onmiddellijk, dan ben je niet authentiek, en dan ben je weg in de politiek. Of althans niet geloofwaardig.’

Einde van de politieke carrière of niet, Johanna zit natuurlijk niet stil. Ze heeft via vrijwilligerswerk en allerlei nevenfuncties, ook tijdens haar politieke loopbaan, ervaringen opgedaan met tal van organisaties. Kijk maar op johannahaanstra.nl. Maar daardoor ziet ze wel fundamentele verschillen tussen hoe het werkt in het openbaar bestuur en daarbuiten. ‘Ik merk bij andere organisaties en bedrijven hoezeer ik ben opgevoed in het openbaar bestuur. Met vanzelfsprekende waarden als transparantie, vertrouwen, integriteit. In andere organisaties zie je dat maar heel beperkt. Ik vind dat we wat dat betreft nog flinke stappen kunnen maken. Moeten maken.’

‘Pioniersgeest

zat ook in

de afdeling’

Terugkijken op de veertig jaren van de PvdA in Almere, doet Johanna met trots, zegt ze.
‘We hadden op zeker moment de campagneslogan ‘we built this city’, en daar zit veel waars in. De PvdA heeft van het begin af aan een grote rol gespeeld bij de ontwikkelingen in Almere, al was dat altijd samen met anderen. Maar we hebben veel betekend voor de ruimtelijke ordening, de sociale huisvesting, het welzijnswerk, de zorg en het jongerenwerk. Veel van wat in Almere tot stand is gebracht wordt de rest van het land nog steeds ten voorbeeld gehouden. Vooral als je kijkt naar zorg- en welzijn. Het was wel een andere tijd in het begin. De pioniersgeest zat ook in de afdeling. Er was een trend om met z’n allen naar de afdelingsvergaderingen te komen. Dat was ook bij andere partijen zo. Het ging echt ergens over en gezagsdragers werden echt ter verantwoording geroepen. Het was meer vakbondsachtig en minder netwerken zoals tegenwoordig.’

Johanna weet nog hoe het was op de eerste afdelingsvergadering die ze bezocht.
‘Het was dacht ik in restaurant De Groene Wig, dat had je toen tegenover het zwembad in Muziekwijk. Er waren heel veel leden en er waren allerlei werkgroepen. Ik heb me toen opgegeven voor de werkgroep financiën, waarop Rob Schaeffer, die toen wethouder financiën was, uitriep: ‘Hee, wat leuk een vrouw in de werkgroepfinanciën.’ Dat was nog nooit gebeurd. Van vergaderingen van die werkgroep herinner ik me overigens niets.’
Waar Johanna zich niet voor opgaf was het lidmaatschap van de Rode Vrouwen. Dat was een subclub binnen de PvdA om de vrouwenemancipatie binnen en buiten de partij te bevorderen. Ik dacht eigenlijk dat je daar als PvdA-vrouw automatisch lid van was, maar nee, je kon daar ook vanaf zien.

‘Ik vond het niks die Rode Vrouwen. Op de vergaderingen kreeg je te horen op wie je moest stemmen, bijna wat je moest denken. Heel onplezierig. Toen er een keer een belangstellende mannelijke partijgenoot werd weggestuurd louter en alleen omdat het een man was, ben ik met hem mee de zaal uitgelopen. Dat ik geen Rode Vrouw wilde zijn, werd me door de mede-vrouwen niet in dank afgenomen, jaren later kreeg ik er nog opmerkingen over.’

‘De absolute

meerderheid

was niet gezond’

Wie zo’n beetje de hele geschiedenis van de Almeerse afdeling heeft meegemaakt, weet natuurlijk ook van de grootste crisis uit die geschiedenis. Als ik de ‘huilvergadering’ ter sprake breng, zoals ik de kandidaatstellende afdelingsvergadering van 8 december 1993 heb leren kennen, van een videoregistratie van die vergadering, doet dat bij Johanna allerlei bellen rinkelen.

De eerste raadsfractie waar Johanna in zat was die van 1986–1990. ‘We hadden toen de absolute meerderheid en dat was niet gezond. In de periode erna, dus vanaf 1990 vielen we enorm terug en er was vanaf het begin gedonder in de fractie. Er was een soort tweedeling, met veel gezeur en gedoe. Ik trok dat niet, ik had jonge kinderen, het was heel vervelend. Daarom ben ik na een jaar uit de fractie gestapt. Maar dat was dus de fractie die de grote Almeerse bestuurscrisis namens de PvdA meemaakte en dat was ook de fractie die in aanmerking kwam voor die crisis-kandidatenlijst.’

Het vertrek van twee wethouders en de ruzie daarover onderling, maakt dat de kandidatencommissie had besloten: we zetten de wethouders onder op de lijst, dan kunnen de kiezers bepalen, of zij nog in de raad moeten komen waardoor een eventuele wethouderspost er weer in zit. Wethouders stonden toen nog op de kandidatenlijst, wat tegenwoordig niet meer zo is, sinds de invoering van het dualisme.
‘Omdat er dus ruzie kwam over die kandidatenlijst heeft volgens mij afdelingsvoorzitter Vincent van Koersveld, of misschien was het de voorzitter van de kandidatencommissie, naar eer en geweten het hoofdbureau ingeschakeld waardoor die zich ermee gingen bemoeien.’

Tja, en dat heeft niet de sussende werking gehad die er misschien van was verwacht. Op de kandidaatstellende vergadering kwam dat tot een climax. Het regende tegenkandidaten, waarop mensen zich dan weer terugtrokken, tot uiteindelijk zelfs de lijsttrekker er de brui aangaf. Het was heftig allemaal. Met misschien het mooie bijeffect: zo heftig is het nooit meer geweest. Wat pure winst is.

‘Denk aan hoe

samenleving

over 30 jaar wordt’

Vandaar misschien ook dat Johanna optimistisch is. De tijden zijn tegenwoordig heel anders, al komen we momenteel ook niet om in de warme belangstelling van kiezers, maar Johanna denkt dat de afdeling zeker nog wel veertig jaar te gaan heeft.
‘Misschien wordt er wat meer samengewerkt op links, maar ik denk dat wat je andere linkse partijen ziet doen uiteindelijk niet de manier van de PvdA is. Men mikt daar op doelgroepen, terwijl wij altijd iedereen hebben willen verenigen. Volgens mij moet dat ons streven ook blijven en ik denk dat daar vanzelf wel weer meer steun voor komt. We moeten ons nu herpakken en het Van-Waardeproject vormgeven en meer gaan bedenken hoe de samenleving er over twintig, dertig jaar moet uitzien. Niet steeds terug willen naar vroeger, wat de SP doet, maar vooruit kijken.’

Want dat is iets dat Johanna, als het kon, graag met een druk op de knop aan de PvdA zou willen veranderen: ‘Iets meer lange-termijndenken, in plaats van de focus op de korte termijn.’

Otto Treurniet


Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPrint this page