Groeten uit Lisse

 

Op zoek naar kopstukken uit het verleden togen we dit keer naar Lisse. Je weet wel, het dorp van de Keukenhof en het hart van de bollenstreek. Onderweg gaf een trillende telefoon een mogelijke kink in de kabel aan, maar je gaat niet al rijdend zitten ‘smartphonen’ als je op bezoek gaat bij een burgemeester. Je moet je altijd aan de regels houden natuurlijk, maar dan zeker. Op de parkeerplaats van het gemeentehuis in Lisse, bleek dat mijn afspraak inderdaad vanwege dringender zaken moest worden verschoven. Er was nu nog slechts een kwartier. Net genoeg tijd voor een lekker bakkie met burgemeester Lies Spruit, onze voormalige ‘wethouder met de stekeltjes’ (tussen 1994 – 2002).

Burgemeester Lies Spruit van Lisse met de schaatsbroers Mulder bij de opening van De Keukenhof (Corine Zijerveld Fotografie)

Dat het op de afgesproken tijd niet uitkwam, bleek een blessing in disguise (een zegen in schutkleuren, zeggen we na de Brexit) want de burgemeester moest voor overleg naar Leiden en wilde zoals te doen gebruikelijk daarvoor het openbaar vervoer benutten.

‘In een gemeente met nog geen 23.000 inwoners heeft een burgemeester geen auto met chauffeur,’ vertelt Lies, ‘en het openbaar vervoer is hier prima.’
‘Maar ik ben met de auto, Lies, laat mij je dan naar Leiden rijden.’ Zo gezegd, zo gedaan. En zo kon ik onderweg naar Leiden, en op de terugweg, en daarna bij de thee bij Lies thuis, al mijn vragen stellen over haar tijd in Almere en wat daarna kwam. Nou nog even opschrijven wat dat allemaal heeft opgeleverd.

Ambtsketting

duikt op uit

plastic tasje

Op verzoek wil Lies natuurlijk best even de burgemeestersketting omdoen, want denk nu niet dat een burgemeester die de hele tijd draagt. Zo’n pronkjuweel komt natuurlijk alleen bij officiële optredens van de burgemeester tevoorschijn. Ik was wel een beetje verrast dat Lies binnen een minuut die ketting opdiepte uit een plastic Lisse-tasje, waar ik een lederen koffer met fluweel had verwacht.
‘Dit is handiger en beter voor die ketting,’ zegt Lies, ‘want ik rol hem op een rol piepschuim en in verpakkingsplastic zodat er niks mee kan gebeuren.’ Zo kenden we Lies in Almere ook: praktisch en to-the-point. Niks minachting van het ambt of de versierselen, maar juist uiterste zorgvuldigheid. Ze is geen steek veranderd. Hoewel ze vertelt, dat ze in Almere tegenwoordig vaak pas herkend wordt als ze gaat praten. Komt natuurlijk omdat die stekeltjes uit de mode zijn.

Lies’ entree

in 1993 op

huilvergadering

Maar laten we even teruggaan naar hoe het begon. Dan hebben we het over 1993. Lies Spruit was een welzijnswerker die net in Almere was komen wonen. Ze werkte in een huis voor jongeren, tot aan dat werk een einde kwam. Daarom ging Lies om zich heen kijken en kwam in aanraking met de plaatselijke politiek, logischerwijs via haar partij, de PvdA. De jaren 1992 en 1993 zijn de jaren van de grote bestuurscrisis in Almere, waar zelfs documentaires aan gewijd zijn. Er moest een burgemeester weg en ook drie wethouders waarvan twee van PvdA-huize. En de kandidatenlijst die toen moest worden opgesteld, daarover ontstond mot met het hoofdkwartier van de PvdA in Amsterdam. De ledenvergadering die de kandidatenlijst moest vaststellen, dat is de vergadering waarop Lies voor het eerst werd voorgesteld aan de leden. Zij stond toen al op de omstreden kandidatenlijst, op plek 4, wat betekent dat ze door de kandidatencommissie werd gezien als een toptalent. Een van de weinige dingen die goed zijn gegaan in die dagen.

‘Was dat die vergadering waar nog videobanden van bestaan met al die commotie en huilende mensen?’
‘Die vergadering was het. Ik geloof dat er wel 200 mensen waren. Die mij dus voor het eerst zagen, en ik hun. Martin Wiegertjes had me gezegd: ‘Trek het je allemaal niet te zeer aan. De commotie heeft met jou niks te maken.’ Dus ik zat er redelijk ontspannen. Maar wel opmerkelijk natuurlijk dat ik eerst op de lijst stond en daarna pas kennis maakte met de afdeling.’

Overigens was aan het eind van die vergadering de kandidatenlijst door enkele terugtrekkingen enigszins veranderd. Martin Wiegertjes was plots de nieuwe lijsttrekker en Lies stond op 3.

En vervolgens werd ze door de fractie, toen die eenmaal was aangetreden, naar voren geschoven als wethouder.
Lies: ‘Alleen Henk van der Linden was tegen. Hij stond op plek 4 van de uiteindelijke kandidatenlijst, maar vond volgens mij dat hij als doorgewinterde Almeerder meer in een positie was om wethouder te worden dan iemand van buiten zoals ik. Maar goed, de meerderheid beslist. Dat Henk niet blij was daar heb ik twee jaar lang last van gehad.’

‘Inhoudelijk

herinner

ik me weinig’

De eerste twee jaar als wethouder herinnert Lies zich als bijzonder zwaar en hectisch.
Lies: ‘Er was zoveel informatie die ik tot me moest nemen, zoveel mensen die ik moest leren kennen en mee samenwerken. Het was heel veel werk. Je hebt gewoon tijd nodig om het wethouderschap onder de knie te krijgen. Het was zo intensief dat ik me inhoudelijk van die periode weinig meer kan herinneren. En ik kreeg in de fractie enorm tegengas van Henk van der Linden. Omdat hij eigenlijk vond dat ik niet op die plek had moeten zitten en dus steeds zocht naar dingen die ik verkeerd deed. Hij was niet de enige die vond dat ik geen wethouder had moeten worden, want in die jaren was het zo dat je pas een functie voor de PvdA kon doen als je eerst minstens vijf keer op de markt bij het folderen was natgeregend. Op ledenvergaderingen merkte je dat ook. Het was een grote afdeling en best een hechte familie die mij steeds scherp ter verantwoording riep. Maar dat vond ik prima en heb ik ook altijd met verve gedaan.’


De wethouder met stekeltjes: Lies Spruit

‘Het was zwaar, maar het ging best goed. En ik zal nooit vergeten dat volgens mij na ongeveer twee jaar Henk een keer in de krant over mij iets zei als: ‘Het is een tijger die niet los laat als ze eenmaal beet heeft.’ Met dat compliment uit onverwachte hoek, was ik erg content.’

Uiteindelijk was Lies Spruit acht jaar wethouder in Almere en bezig met uiteenlopende onderwerpen als welzijn, volkshuisvesting, jeugd- en jongerenwerk en ook economie. Volgens mij is vriend en vijand het erover eens: Lies was een uitstekende wethouder. Misschien moeten we Henk van der Linden eens vragen of hij dat kan bevestigen. Want dat er op een jubileumsite van de partij gunstig over de eigen wethouder wordt geschreven, daar staat niemand van te kijken, maar het wordt natuurlijk wel met een zak zout ernaast gelezen.

Lies vertelt over haar wethouderschap ook dat er in die acht jaar waarin ze die functie had, veel veranderde. Zowel op het stadhuis als in de PvdA.
Lies: ‘Ik weet nog dat, toen ik begon, mijn agenda werd bijgehouden met een potlood, zodat je als er wat veranderde met een gummetje de boel netjes en overzichtelijk kon houden. Maar toen ik wegging waren we op het stadhuis compleet gedigitaliseerd. En ook de afdeling veranderde. Dat scherpe ter verantwoording roepen, verdween. Het werd gemoedelijker, sommigen zullen zeggen gezapiger, minder activistisch. De cultuur binnen de partij veranderde kennelijk.’

Te weinig tijd

voor gesprek

over grote thema’s

Terugdenkend aan de afdeling, schiet Lies opeens een speciaal type vergadering in gedachten die ze samen met Johanna Haanstra (de fractievoorzitter tussen 1998 – 2002) ooit introduceerde in de afdeling: ‘Praten-met-de-mond-vol’.
Lies: ‘Het is ontstaan omdat Johanna en ik vaststelden dat er in de hectiek van alle actualiteiten te weinig tijd was om eens wat langer over grotere thema’s met elkaar te discussiëren. Zo kwamen we op dat Praten-met-de-mond-vol. Dan gingen we ergens eten met een club leden en/of genodigden en bespraken in een aangename sfeer dan een thema. Het was best een gedoe om het georganiseerd te krijgen, dus het is niet zo vaak gebeurd, maar de keren dat we het deden, daar bewaar ik goede herinneringen aan.’

Gratis tip voor het huidige bestuur, vanuit Lisse.

(Doe ik er gratis bij de ‘Kookwekkerbijeenkomst’. Dat deden we in de bestuursperiode van Peter Meijknecht. Het Kookwekkersysteem is dat je een tafelopstelling hebt in subgroepjes met bij elk groepje een raadslid, wethouder of bestuurslid, net wat er aan hotemetoten voorhanden is. De leden verdelen zich over de groepjes en mogen zelf bepalen waarover ze met de hotemetoot van dienst willen spreken. Na een half uur of twintig minuten, gaat er een kookwekker af en moet iedereen naar een ander groepje verkassen, terwijl de hotemetoten blijven zitten. Zo spreek je als aanwezig lid drie, vier partijkopstukken op een avond over iets wat jou zelf bezighoudt. Zijn de leden dol op. Voorbereiding bestaat slechts uit tafels en stoelen in groepjes zetten en een kookwekker meebrengen).

‘Burgemeester

worden idee van

Ouwerkerk’

Na acht jaar wethouderschap verliet Lies Almere. Want het is niet gebruikelijk om opvolgers voor de voeten te lopen en om dat volledig te voorkomen, is verhuizen een heldere optie. Maar toen was al wel het idee geboren: misschien is het burgemeesterschap een goed idee.
‘Dat vond althans Hans Ouwerkerk, onze toenmalige burgemeester. En toen ben ik er zelf ook over na gaan denken.’
‘In gunstige zin, dus kennelijk. Het ligt misschien ook wel in het verlengde van het wethouderschap?’
‘Jawel, maar het omvat wel veel meer. Je bent een soort opperhoofd van de orde en veiligheid en je moet van echt alle onderwerpen weten wat er speelt. Het is natuurlijk minder politiek. Ik denk dat veel mensen in Lisse niet eens weten dat ik een PvdA-burgemeester ben. Dat ligt er ook niet dik bovenop, want je bent burgemeester voor alle inwoners. In mijn besluiten kun je, denk ik, wel zien, dat ik meer dan gemiddeld oog heb voor mensen die het moeilijker hebben, maar verder merk je geen partijpolitiek. Hoort ook niet.’

Lies is begonnen als waarnemend burgemeester in Uithoorn en later nam ze waar in Lisse. Er waren in de bollenstreek gesprekken over meer samenwerken tussen dorpen onderling of eventuele fusies zelfs, maar die liepen moeizaam. Daarom heeft de Commissaris van de Koning rond 2014 in bijna alle bollengemeenten een waarnemer aangesteld om die gesprekken vlot te trekken, dat is gelukt en intussen is er een ambtelijke fusie van drie dorpen, waaronder Lisse, en staat er nog een bestuurlijke fusie aan te komen bij twee andere gemeenten. Op alle burgermeestersposten is daarna weer een vaste kracht benoemd maar voor Lisse viel de keuze erop om de waarnemer te behouden. Lies S heeft natuurlijk ook niet voor niets exact dezelfde letters als Lisse.

‘Zijn die waarnemers overal gebleven?’
‘Nee, alleen ik.’
‘Goed gedaan.’
‘Ja, dat vond ik ook.’

Almere als

lichtend

voorbeeld

Heeft Lisse nog iets aan de opgedane ervaringen in Almere, was nog een vraag die ik had. Kijk en dan komt natuurlijk het begrip pioniersgeest langs.

‘Onlangs ben ik met B&W van Lisse op bezoek geweest bij de Floriade-organisatie in Almere. Om te laten zien hoe je volstrekt nieuwe dingen kunt oppakken en hoe ze dat in Almere doen. We zeiden in Almere altijd: als iets er nog niet is, kunnen we dat maken. Maar in Lisse hoor je veel eerder: nee, dat is al zolang zo, dat verander je niet. Ik weet uit Almere dat er altijd veel meer mogelijk is, dan je in eerste instantie denkt. Dat pioniersdenken kan elke gemeente op z’n tijd gebruiken, dus dat geef ik graag door.’

Ik wil dit verder maar samenvatten als volgt: het gaat meer dan uitstekend met Lies Spruit. En dat is goed om te weten. Trouwens u kunt dat op donderdagen zelf ‘live’ volgen op internet. Want in Lisse, net als in Almere en nog 200 andere gemeenten, worden de raadsvergaderingen tegenwoordig integraal uitgezonden en je kunt ze ook nog terugkijken. Voor Lisse moet je HIER zijn.

Otto Treurniet


Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPrint this page