Een rood kloppend hart

 

Ik ben geen historicus of archivaris. Een archief bezit ik niet. Ook geen PvdA-boekenplankje met verslagen en notities. Bij het terugkijken op veertig jaar PvdA-afdeling ben ik daarom geheel en al afhankelijk van mijn herinneringen. Wetend, maar al te goed, dat het geheugen niet altijd een goede metgezel is.

Ineke van Aalderen belde ergens eind zeventiger jaren van de vorige eeuw met de vraag of ik
voorzitter van de PvdA-Almere wilde worden. Ik was toen net in Lelystad gestopt met het voorzitterschap (1974 – 1978) omdat ik in Almere gingen werken en zo spoedig mogelijk in Almere wilde gaan wonen. In 1978 was ik zeer enthousiast onder leiding van rector Douwe de Vries met een viertal docenten begonnen aan de ontwikkeling van rijksscholengemeenschap De Meergronden. Ik heb er als docent Nederlands en waarnemend rector van 1978 tot 1986 gewerkt.
Aan Ineke vroeg ik wat bedenktijd. Overlegde met een aantal partijgenoten en legde ook Douwe de Vries het verzoek voor. Per slot van rekening een school voor voortgezet onderwijs mede vorm en het voorzitterschap van de afdeling inhoud geven is geen sinecure.
Uiteindelijk heb ik met de voordacht ingestemd en werd ik op een ledenvergadering (in de basisschool De Bijenkorf) voorgedragen en gekozen. Dan spreken we over 1980.
Ik heb dat voorzitterschap tot aan mijn wethouderschap in 1986 met veel genoegen uitgeoefend.

Op die ledenvergadering in 1980 was er eigenlijk geen bestuur meer. Gelukkig dienden tijdens die vergadering zich enkele partijgenoten aan die het bestuur wilden vormen. Herman Schuurman, Henk Wieseman, Anne Snel, Gerrit Boode en Corry Osenga stelden zich kandidaat en werden als afdelingsbestuur gekozen. Helaas zijn de eerste drie al weer jaren geleden overleden. Dat bestuur werd in de loop der jaren een hecht team, dat met veel passie, gedrevenheid en energie vuur en leven in de afdeling blies.

Naast de om de twee jaar (!) terugkerende verkiezingen voor de adviesraad kwamen er in de afdeling met grote regelmaat bestuurlijke vraagstukken en politieke onderwerpen langs waar onze fractie en wethouders in de (advies)raad en in het dagelijks adviescollege (DAC) besluiten over moesten nemen: de gemeentewording in 1984, de woningbouwcontingenten, de verhouding tussen Amsterdam en Almere, maar ook onderwerpen als gezondheidszorg, onderwijs, erfpacht en onze opstelling tegenover de Centrumpartij.
Ik herinner mij forse discussies en scherpe betogen van bijvoorbeeld Henk Wieseman en Herman Schuurman over de zorg en het erfpachtsysteem. Betrokken en vol vuur gingen zij met vele andere leden in debat voor onze sociaaldemocratische waarden.

Erfpacht was zo’n heikel politiek onderwerp in die jaren. De afdeling had net het verkiezingsprogramma vastgesteld, waarin duidelijk uitspraken gedaan werden over het erfpachtstelsel, toen er plotseling discussie ontstond om erfpacht los te laten en als keuze te formuleren. Dat had alles te maken met een mogelijke komst van een groot bedrijf. Die komst was in die tijd een grote economische vis voor Almere, waar de wethouder van economische zaken en burgemeester Cees de Cloe zich bijzonder hard voor maakten.

Heftige discussies

met veel emotie

over erfpacht

Het bedrijf wilde naar Almere komen en zich hier vestigen, mits ze niet gebonden aan het Almeerse erfpachtstelsel zou zijn. Daar stonden we. Het college moest een standpunt bepalen. Ons verkiezingsprogramma, net vastgesteld, was duidelijk. Dus terug naar de afdeling. Heftige discussies met veel emotie. Ik zie Henk Wieseman met zijn prachtige kop het voortouw nemen in de discussies om het erfpachtsysteem te handhaven. Niet toegeven aan het kapitaal, was zijn parool. En hij stond in die opvatting niet alleen in de afdeling. Na veel wikken en wegen kregen onze wethouders (Peter de Jonge, André Tierie en Rob Schaeffer) van de afdeling de opdracht om in te stemmen met de vestiging op voorwaarde dat het erfpachtsysteem zo veel mogelijk gehandhaafd zou blijven.
Uiteindelijk betekende dat erfpachtverplichting in Almere een keuze werd.

Een ander onderwerp, naast de zorg en het onderwijs, dat met grote regelmaat in de afdeling besproken werd was de woningbouwontwikkeling, de relatie met Amsterdam en de gemeentewording in 1984.
Een paar jaar voor die gemeentewording werden op het gebied van de volkshuisvesting belangrijke stappen gezet. Op initiatief van Han Lammers werden er voorbereidingen getroffen om woningbouwverenigingen op te richten. In 1982 werd de Woningbouwvereniging Almere (WVA) opgericht. In het bestuur zaten onder meer adviesraadslid Rob de Boer, Willemien Wessels namens de vrouwadviescommissie en ik. Alle drie partijgenoten. En dat was geen toeval. Spoedig daarna kwam de Goede Stede en weer later de Groene Stad. Die laatste kwam voort uit de woningbouworganisatie van de Rijksdienst van IJsselmeerpolders (SWAZ).

Amsterdam

koos massaal

voor Almere

Peter de Jonge, Rob Schaeffer en ondergetekende schreven in die tijd met een aantal partijgenoten voor de afdeling een ‘Pamflet voor de volkshuisvesting’ ( een woord dat tegenwoordig niet meer lijkt te bestaan), waarin nadrukkelijk gekozen werd voor sociale woningbouw, maar ook voor diversiteit.
Zo trokken we inhoudelijk gewapend naar onze Amsterdamse vrienden waar onder aanvoering van Michael van der Vlis het idee van de compacte stad een belangrijk politiek item was geworden. Niks Almere. Niks woningbouwcontingenten. Herman Schuurman en ik begaven ons ooit in de hol van de leeuw om in De Balie in Amsterdam een debat met Van der Vlis aan te gaan. Uitgefloten werden we, maar we bleven vasthouden aan onze idealen om van Almere een interessante stad te maken. Gelijk kregen we, want hoe Van der Vlis en anderen ook debatteerden, de bewoners uit Amsterdam kozen hun eigen weg en verhuisden massaal naar Almere: een mooi, ruim, betaalbaar huis, veel groen, een tuin en goede voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en sport. “Goede en betaalbare volkshuisvesting in een menswaardige woonomgeving” dat had Almere te bieden zo formuleerde Henk Licher het bij het afscheid van Han Lammers als Commissaris van de Koningin.

Wij trokken met enige regelmaat met fractie, afdelingsbestuur en leden naar Den Haag om Tweede Kamerleden te bewerken ervoor te zorgen dat Almere niet alleen gemeentelijk, maar Flevoland ook provincieaal ingedeeld zou worden.
Onder aanvoering van landdrost Han Lammers hebben we veel Tweede Kamerleden in Almere uitgenodigd en in Den Haag bezocht. Uiteindelijk werd Almere in 1984 gemeente. Met een prachtig feest in de sporthal in Almere Stad werd dat moment gevierd met een imposant optreden van Harry Slinger en zijn band Drukwerk.
De provinciale indeling volgde in 1986, waardoor de provincie Flevoland een feit werd.
Een immense bestuurlijke onderneming die vooral op het bestuurlijke conto van Han Lammers moet worden gezet. Met zijn bestuurlijk inzicht, inzet, energie en netwerk heeft hij er voor gezorgd dat in Almere en in heel Flevoland normale, bestuurlijke, democratische verhoudingen ontstonden.

Adri Duivesteijn memoreerde in zijn blog in juli 2017 nogmaals het belang van deze bestuurlijke inspanningen van Lammers. “Han Lammers was een voorbeeld om te koesteren en waarvan er wat mij betreft wat meer in de tegenwoordige PvdA zouden mogen zijn. Een genereus politicus die durfde te verliezen om te winnen”.
Ter herinnering, Lammers was na zijn wethouderschap in Amsterdam door de PvdA-afdeling in Lelystad (Fred van der Veen en Bert Strijbos benaderden Lammers in alle stilte) gewezen op de vacature van landdrost.

Normale

democratische

verhoudingen

In 1984 ontstonden dus normale democratische verhoudingen met een gemeenteraad en een college van burgemeester van wethouders. De eerste burgemeester werd Han Lammers die later als Commissaris van de Koningin van de Provincie Flevoland vertrok en opgevolgd werd door Cees de Cloe, burgemeester van Hellevoetsluis en oud-wethouder van Amsterdam. Onze eerste wethouders waren Peter de Jonge, André Tierie en Rob Schaeffer. Nog één keer verkiezingen om de twee jaar en daarna (1986) het normale bestuurlijke ritme van vier jaar. Tijdens die eerste jaren werden we plotseling geconfronteerd met de komst van de Centrumpartij van Janmaat en consorten.

Zij kwamen in de (advies)raad met veel gedoe voor, tijdens en na de raadsvergaderingen in het oude stadhuis aan de Zoetelaarpassage. (Nu verbouwd tot appartementen in opdracht van woningbouwvereniging De Alliantie). Er zullen nog wel foto’s van fotograaf Bob Friedländer van zijn.
Met fractie, afdelingsbestuur en leden bogen wij ons over de vraag hoe we met deze situatie om moesten gaan. We zochten contact met andere partijen in de Almeerse adviesraad om af te spreken hoe we in de raad en daarbuiten zouden reageren. We organiseerden mede bijeenkomsten. We overlegden met landdrost en de latere burgemeester Han Lammers over onze aanpak. We zochten contact met het landelijk partijbestuur en kregen ook vanuit die hoek steun.
We besloten op basis van de verkiezingsuitslagen na te gaan in welke buurten/wijken er massaal op de CP gestemd was. We besloten om met fractie, afdelingsbestuur en leden eens per maand een week een dergelijke wijk huis aan huis te bezoeken. We stelden daartoe een gericht plan op, dat financieel gesteund werd door het partijbestuur.

In essentie kwam de aanpak op het volgende neer. Een week voor het huis aan huis bezoek kondigden we met flyers en in de huis-aan-huis-bladen ons bezoek in de wijk aan. Die week sloten we af met een bijeenkomst in een buurthuis/wijkcentrum waar we de buurt uitnodigden om met ons over onze ervaringen te spreken. Twee weken later zorgden we dat er huis aan huis een verslag lag van het bezoek en de bijeenkomst. Daar zorgde het afdelingsbestuur voor.
Waar nodig en mogelijk nam de fractie vragen van de bewoners mee en sprong ons ombudsteam (Thea Schuurman en vele anderen) bij meer persoonlijke vragen bij. Op onze ledenvergaderingen bespraken we met de leden de resultaten van deze bezoeken.
Met veel energie en betrokkenheid namen fractie, afdelingsbestuur en leden deze klus op de schouders. Het partijbestuur vertaalde deze opzet in een handleiding waarmee Rob Schaeffer en ik uitleg aan andere PvdA-afdelingen gaven.
Bovendien zorgden we dat er tijdens de raadsvergaderingen geen aanhang van de CP op de eerste rij van de publieke tribune kon zitten. Daar zaten altijd PvdA mensen, zodat die CP zich niet nadrukkelijk kon manifesteren.

Confrontaties

tussen onze

leden en CP

Dat leidde natuurlijk verschillende malen in en buiten het stadhuis tot confrontaties tussen de CP aanhang en onze leden. Maar uiteindelijk nam de aanhang van de CP mede door deze directe huis-aan-huis-aanpak af en verdween de CP uit de gemeenteraad.

Henk Licher beschrijft in zijn artikel een voorval in de raadszaal, waar plotseling een deel van een kraakbeweging uit Amsterdam met een tv-camera de raadszaal binnendrong en op zoek was naar de fractievoorzitter van de CP. Ik zat op de eerste rij, zag het aan en ondernam actie. Mijn geluk was dat ik twee meiden herkende. Eén oud leerling van de Meergronden, de ander was een dochter van Joop den Uyl. Ik kreeg in een gesprekje de meiden zover dat ze enkele ogenblikken aarzelden zodat, onder leiding van korpschef van politie Boele Staal, de politie
kon ingrijpen, waardoor de raadsvergadering voortgezet kon worden.

In die jaren was onze afdeling dus bij veel acties betrokken.
Ik herinner mij de originele verkiezingscampagnes van Martin Wiegertjes nog goed. En veel later de acties van onze leden om Almere uit de handen van het ROA te houden.
Wellicht kunnen we ons ook nog herinneren waar en hoe Roodschrift tot stand kwam: opmaak en druk gebeurden in de drukkerij van Arvid Gundersen (toen nog lid) in Stedenwijk-Midden, waar ook Kees Krouwel woonde.
Op die manier bestond er een rood PvdA-netwerk dat op allerlei terreinen in Almere actief was.
Van collegeleden, fractie, afdelingsbestuur tot leden in campagneteams, ombudsteam, Roodschrift en werkgroepen werd er met veel betrokkenheid, inzet en inzicht gewerkt aan de realisatie van onze sociaaldemocratische opvattingen in de nieuwe Almeerse samenleving. Zichtbaar gemaakt in onze opvattingen over wonen, zorg, onderwijs, sociaal domein en kunst en cultuur.

Ziekenhuis

op mooie plek

in het centrum

Dit stukje schrijf ik voor een deel in het Flevoziekenhuis, waar ik plotseling ben opgenomen.
Ik ervaar aan lijf en leden het belang van een burgerziekenhuis in de stad, gelegen op een mooie plek in het centrum, waardoor bezoek, patiënten en verplegend personeel zich in het stedelijk leven van een stad thuis voelen. Ooit de visie van Han Lammers, Peter de Jonge en Henk Licher. Ik heb het geluk dat ik op het Weerwater, de Filmwijk en de toekomstige Floriade kan kijken en zie ook een groot parkeerterrein van het ziekenhuis.

Dan herinner ik me een discussie in het college, toen ik al wethouder was, over een mogelijke uitbreiding van het ziekenhuis. André Tierie had in zijn portefeuille grondbedrijf en gezondheidszorg (zat daardoor ook in het bestuur van het ziekenhuis), burgemeester De Cloe was voorzitter van het ziekenhuisbestuur en ik had ruimtelijke ordening in de portefeuille. Grondbedrijf had zijn oog laten vallen op de kavel van het huidige parkeerterrein voor een woningbouwontwikkeling. Het ziekenhuisbestuur zag dat totaal niet zitten. André zat met beide portefeuilles in een spagaat. Als wethouder ruimtelijke ordening ging mijn voorkeur uit naar een reservering van die plek voor het ziekenhuis. Met als argument: laten we ook voor de toekomst ruimte voor ontwikkelingen open laten. Zo is het ook in het bestemmingsplan opgenomen.

Met mijn bezoek Henk Licher, Paul van Kreel, Annelies Boode, Douwe de Vries en via de telefoon met Peter de Jonge halen we die herinneringen op. Als ik voor onderzoek word weggebracht kijk ik in de ogen van mijn oud-collega wethouder, nu werkzaam in het ziekenhuis, Sylvia Rienks en ontmoet onderweg Jonty van Oorschot, oud directeur van een basisschool.

          voor mijn raam
          zweeft een meeuw
          een gat in het duister
          het bezoek vult
          de leegte van de dag
          ik zie de witte koppen
          op het water
          herinneringen verdrijven
          de angst van een nacht

Ik vertel het verplegend personeel en de artsen de geschiedenis van het ziekenhuis. Een daad van inzicht en verbeelding om toentertijd het ziekenhuis aan het Weerwater te situeren.

Terugkijkend kunnen we met een gerust hart zeggen dat onze inspanningen op vele terreinen zichtbaar en uitbetaald zijn in een aantrekkelijke moderne kleurrijke Almeerse samenleving.

Wim Trieller
oud voorzitter PvdA-afdeling 1980 -1986
oud wethouder 1986-1994


Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPrint this page