De nieuwe fractievoorzitter

 

Als er een jubileum is, hebben we de neiging om vooral veel terug te kijken. Maar het is natuurlijk wel verstandig om het daar niet bij te laten en ook de blik vooruit te werpen. Zeker voor een politieke organisatie. Regeren is niet voor niets vooruitzien. Daarom maakten we ook een afspraak met onze kersverse nieuwe fractievoorzitter, Jerzy Soetekouw. Gewoon, om eens te vragen hoe zijn nieuwe rol hem bevalt en hoe hij de afdeling ziet en of hij denkt dat over veertig jaar de PvdA nog zal bestaan of dat er tegen die tijd een fusie met de SP en GroenLinks heeft plaatsgehad. Dat soort vragen. Nu wil ik niks vooruit verklappen, maar ik ben wel van mening dat we momenteel een superfractievoorzitter hebben zoals we die in Almere nog niet eerder hadden. En dat is mooi, want zo goed staan we er niet voor. Maar oordeel vooral zelf.

Het proces dat ons deze nieuwe fractievoorzitter heeft gebracht begon ergens eind 2015. Maar toen was al een jaar bekend dat er een nieuwe fractievoorzitter moest komen.
Jerzy Soetekouw: ‘Toen ik ongeveer een half jaar in de raad zat werd duidelijk dat Ciska van Rijn en John van der Pauw aan hun laatste periode bezig waren. Toen ontdekten wij als nieuwkomers: hé, dan moeten wij dus voor de opvolging zorgen. En in een clubje van vijf, denk je dan automatisch ook aan jezelf. Tot dat moment had ik nog niet aan mezelf gedacht in de rol van fractievoorzitter. We kwamen net kijken, wisten helemaal niet van de mores dat je na drie periodes in de regel plaats maakt voor opvolgers.’


Jerzy Soetekouw

‘Het was een

voorbeeldige

overdracht’

Het proces richting de nieuwe fractievoorzitter zoals dat door de toenmalige fractieleiding (John en Ciska) in gang is gezet, is met zorg en souplesse doorlopen. Eerst deed Ciska een stapje terug van vicefractievoorzitter naar gewoon fractielid en werd er via stembriefjes en pitches en onderling overleg toegewerkt naar een nieuwe vicefractievoorzitter. Dat werd Jerzy. Het is dan januari 2016. Negen maanden later, vast niet toevallig, kwam toen in Zwolle, waar John van de Pauw is opgegroeid, tijdens de daar gehouden fractiedagen de mededeling dat John zich tussentijds wilde terugtrekken als fractievoorzitter, om de opvolger gelegenheid te geven in te werken en zich te presenteren.

Jerzy: ‘Omdat we al hadden besloten dat ik vicefractievoorzitter was, was het vervolgens volgens de hele fractie logisch dat ik de nieuwe fractievoorzitter werd. Dat was dus in oktober 2016. Volgens mij was dit een voorbeeldige overdracht. En de hele fractie staat achter de uitkomst ervan.’

‘Het was heel

anders dan

ik verwachtte’

Kun je ooit voorbereid zijn op een rol als fractievoorzitter? Was het zoals je het je had voorgesteld?
Jerzy: ‘Nee, het was heel anders. John is iemand die veel bij zichzelf houdt dus ik wist maar heel beperkt hoe zijn gangen in het stadhuis waren en hoe de coalitieverhoudingen nu echt waren. Daar kwam ik nu achter. De grootste eye-openers waren dat je om te beginnen van alle onderwerpen op de hoogte moet zijn, wat voor mij enorm veel meer leeswerk gaf. En ook dat er een heel spel bij komt van gesprekken met coalitiegenoten en fractievoorzitters van oppositiepartijen. Er gebeurt zo ontzettend veel meer achter de schermen dan ik dacht. Ik ontdek nu ook hoe John  dingen voor elkaar kreeg en kan nu natuurlijk ook met hem overleggen hoe hij zaken aanpakte. Dat is heel leerzaam. En ik merk ook dat het me goed afgaat, die gesprekken met andere fractievoorzitters. Ik vind dat ook leuk om te doen. Maar het vergt enorm veel meer tijd dan het gewone raadslidmaatschap. Wat ik prima vind, hoor, kom maar op. Je bent ook veel meer het uithangbord van de fractie en wordt veel meer aangesproken, in het stadhuis maar ook door mensen op straat.’

Heel veel tijd om te wennen aan zijn nieuwe rol, was er niet echt.
Jerzy: ‘Ongeveer een week nadat ik fractievoorzitter werd, hadden we de spannendste periode in de coalitie tot nu toe. Het heeft er echt om gehangen of de coalitie bij elkaar zou blijven. Het is de geschiedenis in gegaan als de Nacht van Peeters, want René Peeters, wethouder Jeugdzorg van D’66 lag met zijn dossier onder vuur. Er speelt dan van alles achter de schermen, inclusief teksten van moties van afkeuring en dergelijke. Ik viel echt met mijn neus in de boter. Het is gelukkig goed gegaan, ik kon een bemiddelende rol spelen, dat ging heel goed. En omdat ik nieuw was, kon ik misschien ook wat verder de grenzen opzoeken door vragen te stellen, wat voor een nieuwkomer natuurlijk een logischer rol is dan voor een oudgediende.’

Een vuurdoop met een vlag en een wimpel, niet gek voor een fractievoorzitter van 1 week.

Jerzy: ‘Later hadden we nog een kwestie met een individuele inkomenstoeslag voor mensen die het water aan de lippen staat. Die gingen er volgens de coalitiebegroting 400,- op achteruit. Daar zijn wij tegen in opstand gekomen. Ik ben twee weken lang bezig geweest om die 400,- euro te behouden voor de doelgroep. Ik had van te voren met de fractie de strategie besproken en de dag voor de cruciale bespreking in de coalitie nogmaals, dus ik wist precies hoever ik kon gaan, als de begroting niet werd aangepast. Ik zei tegen de coalitiepartners: denk met ons mee, want we vinden dit echt een halszaak, laten we in het debat tot een oplossing komen. Uiteindelijk bleek toen een debat niet nodig en kregen we onze zin. Daar ben ik erg blij mee. Het was wel spannend en heeft misschien hier en daar onderlinge verhoudingen wat onder druk gezet. Dit was echt een belangrijk punt voor ons. Ik snap wel dat je niet iedere keer hoog spel kunt spelen. Maar ik ben er trots op dat we de coalitie hebben kunnen overtuigen en dit voor de minima hebben kunnen doen.’

‘Ik ben trots

dat PvdA een

ledenpartij is’

Uw redacteur van dienst, misschien moet ik me er voor verontschuldigen, die heeft de opvatting dat we beter kunnen stoppen met de oude leden om de focus te verleggen naar de eigenlijke achterban: de kiezers. Dat zijn er namelijk gemakkelijk tien of vijftien keer zoveel, dan er leden zijn. Had Hans Spekman nu maar het vernuft gehad om de kiezers om te dopen tot leden, dan was zijn plan om het ledental te willen verdubbelen een eitje geweest. Jerzy is het daar niet mee eens.

‘We hebben wel wat minder leden nu, 400 ongeveer geloof ik, terwijl het er tegen de 600 zijn geweest, maar we zijn nog steeds met afstand de grootste politieke vereniging in Almere. Daar ben ik trots op. Er zit een enorme betrokkenheid en loyaliteit bij onze leden. Dat houdt ons sterk. Neem Martin Wiegertjes. Hoe lang loopt die al niet mee in Almere, bijna vanaf het begin, en die zie je nog steeds allerlei dingen doen in de partij. Zo zijn er heel veel leden. Dat is super waardevol. Roy Dannerag, niet voor niets werd die vrijwilliger van het jaar. Hij is op praktisch iedere ledenvergadering. En zelfs als ik naar de nieuwe mensen in mijn eigen fractie kijk: Erik Theunissen, Leida Hohle, Hassan Buyatui die lopen alle drie ook al jaren mee. Nee hoor, wat mij betreft gaan we naar 1000+ qua ledental. De club is wat verouderd dus we hebben vooral verjonging en nieuwe energie nodig. Maar ik wil zeker niet van de leden af.´

Nou heeft toch die nieuwe fractievoorzitter deze oudere redacteur (60) aan het twijfelen gebracht. Want ja, Martin Wiegertjes en Roy Dannerag zou ik natuurlijk ook niet kwijt willen. En de rest eigenlijk ook niet.

‘In de fractie

vergadertijd

gehalveerd’

Als ik Jerzy vraag wat hij zou veranderen als hij in één klap iets zou kunnen wijzigen aan de Partij van de Arbeid, moet hij daar even over nadenken. Sympathiek gebaar, want hij weet natuurlijk best wel wat.

Jerzy: ‘Dan zou ik wat doen aan de vergaderdrift. We zijn echt een bestuurderspartij, wat ik een beetje een scheldwoord vind: te veel praten, te weinig actie. Wat dat betreft ben ik wel eens jaloers op de SP. Dat activistische van hun kunnen wij wel wat meer gebruiken. Voor de fractie geldt dat trouwens ook, ik heb in de fractie ook de vergadertijd gehalveerd. Volgens mij ga je dan automatisch meer to-the-point vergaderen en kom je sneller tot de kern. Wij staan op het stadhuis te boek als: die komen het eerst en gaan het laatst weg. Dat wil ik anders.’

O ja, nog even vragen welke fractievoorzitter hij als zijn grote voorbeeld ziet.

Jerzy: ‘Ik heb niet echt een voorbeeld. Ja, ik hoor veel goede dingen over Rob Beuse, en van John heb ik ook veel opgestoken, die speelt graag een mentorrol. Uiteindelijk moet je toch je eigen manier vinden. Ik hecht bijvoorbeeld veel meer aan overleg en transparantie in de fractie, als het gaat om het spel in het stadhuis Ik ben vooral een teamspeler, ook al heb ik mijn eigen rol natuurlijk. Volgens mij heb ik al aardig mijn draai gevonden. Die besprekingen met de coalitiepartners gaan me goed af. Je werkt met mensen, dat is het mooie van dit werk en dat ligt me goed.’

Als ik Jerzy vertel dat ik Rob Beuse wel eens heb horen uitleggen, toen hij werd geconfronteerd met de alsmaar terugkerende klacht van menige ledenvergadering: ‘We zien jullie nooit’, dat het werk van een raadslid zich nu eenmaal grotendeels afspeelt in het stadhuis, dan noemt hij dat een klassieke opvatting.
‘Ik ben het daar niet mee eens. Ik heb in de fractie gezegd dat ik onze tijd in het stadhuis wil halveren. Want natuurlijk moeten we in het stadhuis zijn, maar we zijn aan de andere kant vooral ook volksvertegenwoordiger. Volgens mij moet je daarvoor vooral buiten het stadhuis zijn. Daarbij is het wel oppassen voor de beginnersfout die ook ik als beginnend raadslid gemaakt heb: let goed op dat je je niet voor verkeerde karretjes laat spannen. Soms hebben burgers via een op zich terechte kwestie een soort dubbele agenda.’

Heb ik teveel gezegd? Dit is toch een superfractievoorzitter? En dan nog met fractiegenoten die van eenzelfde kaliber zijn. Met zulke mensen in huis knopen we er met gemak nog eens veertig jaar aan vast.

Jerzy: ‘Ja, en dan niet als een fusie tussen drie linkse partijen, maar zelfstandig als Partij van de Arbeid.’

Otto Treurniet


Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPrint this page